Rekenen op de basisschool
Alles verbergen | Alles tonen - klik op het onderwerp hieronder om de inhoud te bekijken
| Iedere volwassene heeft wel een beeld van 'het rekenonderwijs op de basisschool'. Maar bij de vraag naar wat de kinderen dan precies leren, valt op dat het antwoord op die vraag niet zo eenvoudig is. Veel zaken zijn hetzelfde als 'vroeger', maar veel is er ook veranderd. In het hoofdstukje hieronder krijgt u een overzicht van de lesinhoud van het rekenen per groep. Verder komen we vaak de gedachte tegen dat het allemaal toch niet zo moeilijk hoeft te zijn. Een beetje leerkracht moet toch minstens zo goed kunnen rekenen als de kinderen in de klas? Hierbij moet men bedenken dat het kunnen lesgeven simpel lijkt wat de leerstof betreft, het lesgeven zelf is dat beslist niet. Iedere ouder die probeert zijn kind wat te helpen, ontdekt al gauw dat er verschillen zijn in de manier waarop de kinderen iets berekenen, en ook dat de manier waarop ze het uitgelegd hebben gekregen verschilt met hoe ze het zelf ooit hebben geleerd. Het is daarom niet verstandig zonder kennis van zaken een kind proberen 'bij te spijkeren'. Een kind met rekenproblemen raakt daardoor niet zelden van de wal in de sloot. |
GROEP 3De kinderen maken kennis met optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen. Hierna start het 'echte' rekenen met getallen tot 20 en iets later tot de 100. Ook wordt gewerkt aan inzicht in de opbouw van het decimale positiestelsel bij getallen tot 100 en het automatiseren van de optellingen van twee getallen van één cijfer en het automatiseren van de aftrekkingen onder de twintig. De kinderen leren tevens het plus (+)- en minteken (-) en het is gelijk teken (=) gebruiken. Verder is er aandacht voor klokkijken:
Ten slotte leren ze munten van 1, 2, 5, 10 en 20 eurocent kennen en ermee omgaan ('winkeltje spelen', inwisselen, teruggeven). GROEP 4
GROEP 5
GROEP 6
GROEP 7
GROEP 8Herhaling en 'hecht maken' van leerstof uit de voorgaande leerjaren. |
| Het verhaal gaat dat men vroeger dacht dat iemand die goed kon rekenen, in het rekengebied meer hersenen had dan normaal. Het kon zelfs zoveel meer zijn dat je het aan de buitenkant kon zien. Er zat een heuse bult, een knobbel voor rekenen. Het omgekeerde hoorde je overigens nooit. Iemand die erg slecht was in rekenen zou immers een rekendeuk moeten hebben... Zonder dollen, er is natuurlijk wel degelijk verschil in aanleg. Het ene kind heeft gewoon meer talent voor het vak rekenen dan een ander. Sommige kinderen hebben echter buitensporig veel moeite met rekenen. Men zegt dan dat deze kinderen een stoornis hebben, die we dyscalculie noemen. Veel van de verschillen zijn echter toe te schrijven aan het onderwijs dat ze hebben genoten. Een kind dat regelmatig afwezig is, loopt het risico een achterstand op te lopen. Vrijwel altijd is het mogelijk zo'n achterstand in te lopen. Kinderen waarbij is vastgesteld dat ze dyscalculie hebben, blijken erg moeilijk te helpen. Er is in ieder geval specialistische hulp nodig. |
| U moet zich allereerst afvragen wat het probleem is. Als uw kind moeite heeft met staartdelingen, dan kan het best zijn dat het probleem niet in de staartdeling zit, maar bijvoorbeeld in de beheersing van de tafels. Voor het vlot kunnen delen moet een kind de keertafels, de deeltafels en de aftrektafels beheersen. Verder is kunnen schatten erg belangrijk. Pas als vaststaat dat het kind met al deze vaardigheden geen probleem heeft, mag u gaan denken aan een probleem met de staartdelingen zelf. Uit bovenstaande wordt duidelijk dat u nooit zomaar wat moet proberen. De echte eerste stap is een gesprek aangaan met de leerkracht van uw kind. In zo'n gesprek zal duidelijk worden of er een probleem is, en zo ja, of extra oefenen thuis zin heeft. |
| Spreek met de leerkracht van uw kind! Pas als zo'n gesprek onbevredigend verloopt, kunt u er aan denken zelf iets te ondernemen. We raden u in zo'n geval aan eerst eens iets over het rekenonderwijs te lezen. Er zijn vele aantrekkelijk geschreven boeken verschenen, waarmee u zich een beeld kunt vormen van het leren rekenen van uw kind. Probeer dan te achterhalen waar zich de problemen voordoen. Dat kan bijvoorbeeld met onze titels toetstrainers rekenen groep 8 en entreetoets rekenen groep 7. Bij een goed gebruik van deze programma's zal binnen korte tijd duidelijk worden waar zich welke problemen voordoen. |
|
Cijferend rekenen en leessommen, Groep 7 en 8
|
| Hebt u kunnen vaststellen waarmee uw kind problemen heeft, dan kunnen de volgende titels uit de reeks De LeerLijn u helpen gericht hulp te bieden. Elk programma bevat een hulpmiddel om uit te zoeken welk deel van de leerstof uw kind al beheerst. Is dat vastgesteld, dan kan het oefenen op het juiste niveau beginnen, zodat uw kind niet nodeloos wordt lastiggevallen met wat het al kan en weet. |





Home







