Taal op de basisschool
Alles verbergen | Alles tonen - klik op het onderwerp hieronder om de inhoud te bekijken
| Taal is van ontzettend groot belang. Niet alleen om de taal zelf, maar ook omdat die taal 'voertuig' is van alle andere leerstof. Zonder taal kan de leerkracht geen sommen uitleggen, geen geschiedenisles geven, niets met aardrijkskunde beginnen. Iedere volwassene heeft wel een beeld van 'taal op de basisschool'. Maar bij de vraag naar wat de kinderen dan precies leren, valt op dat het antwoord op die vraag niet zo eenvoudig is. Veel zaken zijn hetzelfde als 'vroeger', maar veel is er ook veranderd. In het hoofdstukje hieronder krijgt u een overzicht van het taalonderwijs per groep. Hoewel er nu een tegenbeweging op gang lijkt te komen, werd het taalonderwijs de laatste tien à twintig jaar sterk gekenmerkt door een grotere nadruk op het leren spreken en schrijven – gericht op de uiting van de eigen mening, de eigen beleving – dan op de meer technische kanten van het taalonderwijs, de spelling en de grammatica. In ieder geval hoort men regelmatig de klacht dat zelfs jongvolwassenen niet in staat zijn een foutloze tekst te produceren. De vraag is wel of dat alleen maar te wijten is aan het taalonderwijs van vandaag de dag of dat andere invloeden ook een rol spelen. |
GROEP 3De kinderen bevinden zich in de fase van het aanvankelijk lezen en spellen – denk bij 'aanvankelijk' aan aanvang, begin. Hiermee wordt dus het proces bedoeld waarin een kind leert lezen en spellen. De meeste leesmethodes maken onderscheid tussen de klankzuivere en niet-klankzuivere periode. Met klankzuiver bedoelen we woorden waarbij de koppeling tussen de klank en het teken geen misverstand kan oproepen, zoals in rek, dak, bol. Anders gezegd, wat je ziet is gelijk aan wat je hoort. Met niet-klankzuivere woorden bedoelen we woorden waar wel misverstand over kan bestaan, zoals lijn of lein, hout of haut. Na een paar weken kunnen kinderen een tekstje lezen. Aan het eind van het jaar zijn ze al vlotte lezers geworden. Ze kunnen dan ook een eigen tekst schrijven. GROEP 4De kinderen krijgen spellingsoefeningen, leren verhaaltjes schrijven, doen allerlei rubriceeroefeningen, praktiseren het mondeling taalgebruik en werken met oefeningen die tot doel hebben de woordenschat uit te breiden. Woordenschatonderwijs is van ontzettend groot belang. Zonder woorden kunnen we niet lezen, schrijven, spreken en luisteren. Wie weinig woorden kent, zal gauw merken dat hij niet altijd begrijpt 'waarover het gaat'. Voor een succesvolle schoolloopbaan is een rijke woordenschat onmisbaar. Rubriceeroefeningen hebben te maken met de woordenschat. Woorden staan niet op zichzelf maar horen thuis in allerlei groepen. Door oog te krijgen voor die groepen wordt het gemakkelijker de betekenis van woorden te begrijpen en te onthouden. GROEP 5De kinderen krijgen allerlei taaloefeningen om het inzicht in de taalstructuur te ontwikkelen, schrijven verhaaltjes en oefenen regelmatig spellingsproblemen. GROEP 6Er wordt een begin gemaakt met zinsontleding. De begrippen werkwoord, persoonsvorm, zinsdelen en onderwerp worden geïntroduceerd. GROEP 7Zinsontleding, spelling en werkwoordschema's. GROEP 8Werkwoordsvormen, moeilijke meervoudsvormen, grammatica (regels hoe de taal geschreven en gesproken moet worden), zinsontleding en de belangrijkste woordsoorten, spelen met woorden en begrippen. |
Het verhaal gaat dat men vroeger dacht dat iemand die goed was in talen, in het taalgebied meer hersenen had dan normaal. Het kon zelfs zoveel meer zijn dat het aan de buitenkant zichtbaar was. Er zat een heuse bult, een knobbel voor talen. Het omgekeerde hoorde je overigens nooit. Iemand die erg slecht was in talen zou immers een talendeuk moeten hebben... |
U moet zich allereerst afvragen wat het probleem is. Als uw kind moeite heeft met spelling, wil dat nog niet zeggen dat de totale spelling problemen geeft. De spelling van niet-werkwoorden kan worden verdeeld in een groot aantal categorieën. Het kan dan ook best zo zijn dat het probleem zich slechts in enkele categorieën voordoet. Het opsporen van die categorieën is dan ook de eerste stap. Het zou immers zonde van de tijd zijn het kind te laten oefenen met onderdelen die het allang beheerst. Uit bovenstaande wordt duidelijk dat u nooit zomaar wat moet proberen. De echte eerste stap is een gesprek aangaan met de leerkracht van uw kind. In zo'n gesprek zal duidelijk worden of er een probleem is, en zo ja, of extra oefenen thuis zin heeft. |
Spreek met de leerkracht van uw kind! Pas als zo'n gesprek onbevredigend verloopt, kunt u er aan denken zelf iets te ondernemen. We raden u in zo'n geval aan eerst eens iets over het taal- en leesonderwijs te lezen. Er zijn vele aantrekkelijk geschreven boeken verschenen, waarmee u zich een beeld kunt vormen van het taalonderwijs op de basisschool. |
|
Spelling, Groep 7 en 8
|
Hebt u kunnen vaststellen waarmee uw kind problemen heeft, dan kunnen de volgende titels uit de reeksen De Leerlijn en SLIM OEFENEN u helpen gericht hulp te bieden. Elk programma uit de reeks De Leerlijn bevat een hulpmiddel om uit te zoeken welk deel van de leerstof uw kind al beheerst. Is dat vastgesteld, dan kan het oefenen op het juiste niveau beginnen, zodat uw kind niet nodeloos wordt lastiggevallen met wat het al kan en weet. |





Home








